Voorstelling Merantau, herkenbaar en ontroerend.
Regisseur Jos Spijkers is samen met Mietji Hully het gesprek aangegaan met verschillende generaties Molukkers. Zij interviewden zo'n dertig mensen en die verhalen werden verwerkt tot de theratervoorstelling Merantau. Het stuk wordt ook gespeeld door vier generatie Molukkers. De premiere van het theraterstuk Merantau - Op eigen kracht werd met een staande ovatie afgesloten. Dit vond plaats in Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Aanleiding voor de voorstelling is het verblijf van 60 jaar Molukkers in Noord-Nederland. Het zijn persoonlijke verhalen over verbondenheid en verdeeldheid. Over het individu en de gemeenschap. En hoe het van binnen voelt Molukker te zijn.
Overal in Nederland wordt dit jaar door de Molukkers hun komst naar Nederland herdacht en gevierd. Zestig jaar geleden kwamen Molukse K.N.I.L-militairen met hun gezinnen voor een tijdelijk verblijf. Het theaterstuk ' Merantau / op eigen kracht' gaat over het kamp Schattenberg, voorheen bekend als het kamp Westerbork. Westerbork is, gelegen bij het Drentse Hooghalen, bekend geworden als doorgangskamp. Hier werden tijdens de Duitse bezetting van Nederland 107.000 Joden, Roma, Sinti en verzetsstrijders geïnterneerd, die later werden doorgezonden naar vernietigingskampen in nazi Duitsland. Slechts vijfduizend van hen overleefden de oorlog. Na de oorlog is het kamp door de Nederlandse regering gebruikt voor gevangen genomen NSB'ers en collaborateurs. Daarna werd het een militair kampement en vervolgens een repatriëringkamp voor Indische Nederlanders. Pas In 1951 werd het kamp ingericht als woonoord voor gedemobiliseerde Molukse KNIL-militairen. Het kreeg toen de naam Schattenberg, genoemd naar een heuvel in de buurt. De eerste Molukkers arriveerden hier op 22 maart 1951. Ze waren een dag eerder in Rotterdam met het schip Kota Inten aangekomen. In 1970 vertrokken de laatste gezinnen naar Assen en Bovensmilde. Daarna werd het kamp afgebroken.
Terugblik
Alle spelers die deelnamen aan het theaterstuk hebben een band met Schattenberg. Daar werd op eigen kracht, een hechte gemeenschap opgebouwd. De spelers zijn zichtbaar ontroerd en opgelucht dat de première voorbij is. Ongeveer tachtig bezoekers in de zaal gaven de spelers een staande ovatie. Het gezelschap bestaat uit vijftien personen en staat onder leiding van regisseur en vormgever Jos Spijkers en Mietji Hully. Terecht kregen ze onder luide toejuiching een daverend applaus. Ze hadden de afgelopen maand hard gewerkt. Vier generaties Molukkers vertellen ieder hun eigen verhaal. Over hun beginjaren in het kamp. Hoe het was in het begin. En later in de wijken Assen en Bovensmilde en ook nu het heden. Het geheel werd afgewisseld met muziek van een band begeleid door Willem Pelupessy. Samen werd teruggekeken naar toen. Hoe het begon in 1951. De beginjaren, de verwachting en de hoop om terug te keren. De uiteindelijke teleurstelling, gevolgd door de ontruiming van het kamp. De (alweer) gedwongen verhuizing naar Assen en Bovensmilde. De verhuizing vergde natuurlijk een grote aanpassing, voor jong en oud. Er werd stilgestaan bij de roerige jaren van actievoeren. Pijnlijke momenten werden afgewisseld met triomfverhalen over onder andere successen in de muziek en uiteraard voetbal. De jongste generatie Molukse kinderen vertelt ook een eigen verhaal. De kinderen laten hun Molukse kant zien, gemixt met een druppeltje 'ander bloed'. Al dansend en zingend kijken zij terug op ' 60 jaar Molukkers in Nederland'. En wat het voor hen betekent om Moluks te zijn. Alles komt voorbij. Zonder het te romantiseren is het stuk heel dicht bij de waarheid gebleven. Dat kan niet anders, omdat ieder zijn of haar eigen verhaal vertelt. Het is boeiend vanaf het eerste moment. Het zit vol emotie, humor en herkenning. En natuurlijk ontbraken de Molukse hapjes na afloop ook niet.
Bijzondere rol voor oudsten
Tante Jo Polnaja (84) vertelt over haar moeilijke beginjaren in het kamp. Zij en haar inmiddels overleden man hadden een groot gezin, zoals veel gezinnen in het kamp. Er was weinig geld en daarom werd er op verschillende manieren geprobeerd om aan geld te komen. Zo kwam haar man eens thuis met een klein biggetje, vertelt ze met een glimlach op haar gezicht. “Hij voedde het biggetje met afval en verkocht het beestje zodra het groot genoeg was. Met het verdiende geld kocht hij twee biggetjes en begon het van voren af aan.” Later runde zij zelf een klein winkeltje met de naam, hoe kan het eigenlijk anders, 'Toko Maluku'. 'Ik heb alles voor mijn kinderen gedaan' zegt ze in het Nederlands en kijkt trots de zaal in. Naast haar staat tante Eci Kuhurima (81), in tegenstelling tot tante Jo vertelt tante Eci haar verhaal in het Maleis. Ook zij zegt het met trots en luide stem “Beta tetap tinggal orang Maluku.” Al verblijven wij zestig jaar in Nederland, wij blijven Molukkers in hart en nieren. Daar komt het op neer. Beide vrouwen vertolken de eerste generatie vrouwen. Ze moesten de barre omstandigheden, hun kinderen in het kamp voeden en opvoeden. Ze ontroerden het publiek. Veel familieleden en bekenden zijn naar de première gekomen. Tijdens hun verhalen ga je als toehoorder al gauw automatisch aan je eigen ouders of grootouders denken. Maar voordat je gaat afdwalen wordt het spel afgewisseld met leuke anekdotes. Over bijvoorbeeld strenge, maar rechtvaardige vaders. Het typische Molukse 'met twee woorden spreken' werkt op je lachspieren zoals usi Lenie Pieter het vertelt. Op boeiende wijze vertrouwt ze ons haar levensverhaal toe, over haar geliefde, overleden ouders en hun opvoeding. Wat die opvoeding voor haar nu nog, anno 2011 betekent. Dat wil ze graag doorgeven aan haar jongere familieleden. Aan de kinderen van haar broers en zusters, als een echte mama tua.
Opvallend open
Wat opvalt in het stuk is de openheid waarmee ook de pijnlijke geschiedenis wordt blootgelegd. Het is voor veel Molukkers moeilijk om je gevoelens te laten zien, zeker voor een groot publiek. Zonder zichzelf als slachtoffers neer te zetten, wat best had gekund, laten ze vooral kracht zien. Die kracht was nodig om vooral de moeilijke beginjaren in het kamp te doorstaan. Kinderen van toen, nu bung en usi, werden opgevoed met teleurstellingen van hun ouders. En aan een eigen toekomst of ambitie werd niet of nauwelijks gedacht. 'Ik ging pas op mijn vijftiende voetballen bij een vereniging', vertelde bung Richard Pattiruhu, één van de vele talenten die opgroeiden in het kamp. Dat is tegenwoordig wel heel anders. Om vervolgens op charmante manier over te gaan naar dat ene moment van eeuwige roem. Toen hij dat ene doelpunt scoorde tegen Ajax. “Zoiets vergeet je nooit meer.” De verhalen worden afgewisseld en ondersteund door dans en op de achtergrond is er foto- en filmmateriaal te zien uit privécollecties. Als je goed kijkt, kun je bepaalde mensen uit je jeugd voorbij zien gaan op het witte doek. Het is best mogelijk dat Molukkers die inmiddels al uit Drenthe verhuisd zijn, zichzelf of (hun) familieleden (hierin) herkennen. Daardoor is het theaterstuk dus niet alleen toegankelijk voor bezoekers uit de wijken Assen en Bovensmilde maar voor alle Molukkers en geïnteresseerden. Het laat op een bijzondere manier zien wat migratie en ‘merantau’ – in den vreemde zijn - in het algemeen met mensen doet.
Meer informatie en speellijst: merantau.opeigenkracht@gmail.com
Bron: Marinjo: Tweemaandelijks onafhankelijk Moluks Magazine Nr. 6
Tekst: Brenda Suitela
Bron: Marinjo: Tweemaandelijks onafhankelijk Moluks Magazine Nr. 6
Tekst: Brenda Suitela

Geen opmerkingen:
Een reactie posten